Aanmaken vm en toevoegen aan bestaande vApp


Inleiding

Dit document beschrijft hoe een server kan worden aangemaakt in een bestaande vApp. Een vApp is een groep van virtuele servers die netwerkinstellingen met elkaar gemeen hebben. Een vApp kan 1 of meer virtuele servers bevatten. Een virtuele server moet in uw Virtual Datacenter (vCD) bestaan in een vApp.

De templates die Uniserver aanbiedt hebben de laatste vmware tools en updates voor het OS. Het wachtwoord van root of Administrator kunt u eenvoudig aanpassen door gebruik te maken van Guest Customization

Toevoegen van de vm

Ga naar de vApp waar de vm moet komen

Klik op ‘Actions‘ en kies voor ‘New VM…’

Klik op ‘Add virtual machine’. Er verschijnt een wizard waarmee de vm kan worden aangemaakt. Kies een naam voor de vm. Het is raadzaam om zoveel mogelijk een template te gebruiken. Als je het vinkje weghaalt bij ‘Power On’ dan kunt u de vm nog verder aanpassen.

Klik vervolgens op ADD

U kunt eventueel nog een extra vm toevoegen aan dezelfde vApp.

De vm wordt nu toegevoegd aan de vApp.

Aanpassen van de vm

U kunt vervolgens de vm aanpassen. Klik in de vApp op de naam van de vm:

U kunt bijvoorbeeld de volgende aanpassingen doen aan de vm:

  • Naam van de vm zoals deze wordt weergegeven in de interface
  • Instellen van de computernaam. Dit is de naam van het guest OS en heeft te maken met Guest Customization.
  • Storage policy aanpassen naar een ander type storage indien van toepassing

Algemeen

In ‘General’ kunt u ook zien welke versie van de VMware tools zijn geïnstalleerd en welke VMware hardware versie wordt gebruikt.  Als u het OS installeert vanaf een ISO dan is het handig om de boot delay aan te passen.

Hardware

In ‘Hardware’ kunt u de volgende aanpassingen doorvoeren:

  • Aantal virtuele CPU’s en cores per socket. Instellen van cores per socket is alleen nodig voor eventuele licentiebeperkingen in software in het Guest OS. Dit heeft geen performance-voordelen
  • Hoeveelheid virtueel geheugen vergroten of verkleinen. In het voorbeeld zijn 4 CPU’s met 6 GB uitgedeeld aan de vm

Het aantal CPU’s en geheugen en storage dat u kunt uitdelen is afhankelijk van het quotum wat is toegekend aan de OrgvDC waar de vm in staat. U kunt CPU en memory hot add in- of uitschakelen van een vm. Als deze optie aanstaat dan kunnen CPU’s en memory worden toegevoegd zonder de vm uit te zetten.

 

  • Grootte van de disks voor de vm aanpassen. In het voorbeeld is de eerste disk vergroot naar 100 GB
  • Disks verwijderen of toevoegen. In het voorbeeld is een disk van 200 GB toegevoegd

Als de disks zijn vergroot of toegevoegd is het ook nodig om deze ruimte binnen het Guest OS toe te wijzen.

 

  • Netwerkinterfaces inschakelen en aangesloten netwerken aanpassen. In het voorbeeld is de netwerkkaart ‘connected‘ en als netwerk is gekozen voor ‘netwerk1’. De vm krijgt een vast ip-adres toegewezen uit de pool. Het systeem houdt zelf bij welke ip-adressen nog beschikbaar zijn in de pool. Er kan ook worden gekozen voor handmatige toewijzing van het ip-adres

Het aantal netwerken beschikbaar voor de vm is afhankelijk van de vApp. Er is een handleiding beschikbaar waarin uitgelegd staat hoe netwerken in UCP kunnen worden ingesteld.

Let er op dat ip-adressen die ingesteld op de ‘Static - Manual’ manier niet conflicteren met ip-adressen die zijn toegekend door het systeem vanuit de pool.

Klik vervolgens op OK om verder te gaan.

Aanpassen van het wachtwoord

Vervolgens moet het wachtwoord van root of Administrator worden aangepast. Ga naar de eigenschappen van de vm. Ga naar Guest Customizations:

  • zet eventueel een vinkje bij enable guest customization
  • Zet een vinkje bij allow local administrator password
  • Vul het gewenste wachtwoord in bij 'specify password'

Klik op op Save om op te slaan.